Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap.

Bent u op zoek naar ons logo? U kunt ons logo downloaden en meer informatie over het gebruik van het logo verkrijgen op onze deelpagina.

Verklarende woordenlijst

a

A2A receptoren

Signaalmoleculen die men in hersencellen vindt en die door cafeïne geblokkeerd worden.

AAV

breingerelateerde neurotrofe factor: een groeifactor die mogelijk in staat is om neuronen (hersencellen) te beschermen bij de ZvH.

ABA

Een chemische stof die door de hersenen wordt gebruikt om de boodschap ‘afremmen’ van de ene hersencel naar de andere te sturen.

acetyl

Een chemisch label dat kan worden toegevoegd aan eiwitten of ervan kan worden verwijderd.

aggregaat

Eiwit klonters die zich vormen in cellen bij de ZvH en bij sommige andere degeneratieve ziektebeelden.

Allel

Een van de twee kopieënvan een gen.

alpha-1

Een eiwit dat defect is in een genetische ziekte die alfa-1-antitrypsine-deficiëntie heet, en de lever en longen aantast.

aminozuur:

de bouwstenen van eiwitten

Amygdala

Een klein hersengebied, in de temporale kwab, belangrijk voor emoties en de reactie op angst.

amyloid

Het voornaamste eiwit dat zich opbouwt in de hersenen van Alzheimer patiënten

anti-sense

De helft van de DNA dubbele helix die meestal wordt gebruikt als een back-up, maar soms boodschappermoleculen produceert

antioxidant

een chemische stof die schadelijke stoffen kan ‘opdweilen’ nadat cellen de energie uit het voedsel hebben gehaald.

apoptose

Een vorm van celdood waarbij de cel gebruik maakt van gespecialiseerde signalen om zichzelf te doden.

ASO's

een soort gen-uitschakelbehandeling waarin speciaal ontworpen DNA moleculen worden gebruikt om een gen het zwijgen op te leggen

axon

Lange uitlopers van neuronen (hersencellen) die optreden als elektrische snoeren om signalen in het zenuwstelsel door te geven.

b

BAC

een afkorting voor ‘bacterial artificial chromosome’ (bacterieel kunstmatig chromosoom)

BAC-HD (ook bekend als BACHD)

Een muismodel voor de ziekte van Huntington waarin de symptomen zich langzaam ontwikkelen. BAC staat voor bacterieel artificieel chromosoom en verwijst naar de manier waarop het ZvH-gen in de muis werd gebracht.

BACE1

Het gen voor een eiwit dat ´beta secretase 1´ wordt genoemd, waarvan wordt aangenomen dat het betrokken is bij de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer

BDNF

breingerelateerde neurotrofe factor: een groeifactor die mogelijk in staat is om neuronen (hersencellen) te beschermen bij de ZvH.

beenmerg

De kleverige materie in het midden van de botten en dat bloedcellen produceert.

biomarker

Elke test - inclusief bloedtests, denktests en hersenscans - die de progressie (evolutie) van een ziekte zoals de ZvH kan meten of voorspellen. Biomarkers kunnen klinische onderzoeken naar nieuwe medicijnen sneller en betrouwbaarder maken

Bloed-hersenbarrière

Een natuurlijke barrière, gemaakt van versterkingen in bloedvaten, die verhindert dat vele chemicaliën vanuit de bloedsomloop de hersenen kunnen bereiken.

boodschapper RNA

Een boodschapper molecuul, gebaseerd op DNA. Wordt gebruikt door cellen als uiteindelijke instructie om eiwitten te maken

c

caffeine

Stimulerende chemische stof die wordt aangetroffen in koffie en limonades zoals cola

CAG herhaling

DNA streng aan het begin van het Huntington-gen, waar de CAG sequentie vele malen wordt herhaald en de streng langer is dan normaal. Komt voor bij mensen die de ZvH zullen ontwikkelen.

Caspase remmer

Een medicijn dat de activiteit van de caspasen vermindert. Caspasen zijn enzymen die het huntingtine eiwit versnipperen waardoor het de celkern kan bereiken en het problemen veroorzaakt.

CED

Door convectie versterkt transport (convection-enhanced delivery), een manier om door middel van druk een medicijn verder te verspreiden in de hersenen.

cervix

De baarmoederhals.

chaperonne

Chaperonne eiwitten helpen andere eiwitten om zich correct te vouwen, en kunnen eiwitten beschermen tegen schade.

chorea

Onvrijwillige, onregelmatige ‘ongedurige’ bewegingen die veel voorkomen bij de ZvH

chromosomen

Lange snoeren van genen die strak opgerold zijn in DNA pakketten in cellen. Het DNA van elke cel is opgeslagen in 46 chromosomen. Het Huntington-gen bevindt zich op chromosoom 4. Elk chromosoom heeft twee kopieën: één afkomstig van de vader en één afkomstig van de moeder.

cilia

Haar-achtige uitsteeksels (wimpers) op het oppervlak van cellen

Circadiaanse ritmes (Biologische klok)

een circadiaans ritme is iets wat zich elke dag herhaalt, zoals het dag- en nachtritme van het lichaam

Co-enzym-Q10

een voedingssupplement dat enige antioxidante eigenschappen heeft.

cohorte

een groep deelnemers in een klinisch onderzoek

CRISPR

Een systeem om DNA te bewerken met grote nauwkeurigheid

cross-sectionele studie

Een studie waarbij elke deelnemer slechts één maal wordt gezien, in tegenstelling tot een longitudinale studie waarbij elke deelnemer over een langere periode op verschillende tijdsstippen wordt gezien.

CSF

een heldere vloeistof geproduceerd door de hersenen die de hersenen en het ruggenmerg omringt en ondersteunt .

d

dendritische cel

Een type cel die van beenmerg afkomstig is en deel uitmaakt van het immuun systeem

Diepe hersenstimulatie

Directe stimulatie van de hersenen met behulp van elektrische impulsen door kleine draadjes.

differentiëren

Differentiatie is het proces waarbij een celtype wordt omgezet in een ander celtype.

dominant

Een genetische aandoening die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van slechts één gemuteerde kopie van het gen.

dopamine

Een signaalstof (neurotransmitter) betrokken bij bewegingscontrole, stemming en motivatie

dystonie

Aanhoudende onwillekeurige spiersamentrekkingen, een beetje zoals chorea maar langer durend.

e

effectiviteit

een maat voor de werkzaamheid van een behandeling.

embryo

vroegste fase in de ontwikkeling van een baby, wanneer het slechts uit een paar cellen bestaat.

Endoplasmatisch reticulum

Deel van de cel dat, onder andere, het teveel aan calcium opslaat

Enterisch zenuwstelsel

De verzamelnaam voor de neuronen in maag en darmen (maag-darmstelsel).

ependymale cellen

Cellen in de holtes van de hersenen

excitotoxisch

De dood van hersencellen (neuronen) als gevolg van overstimulatie.

exclusietest

Een optioneel prenataal onderzoek, waar DNA van ouders en grootouders wordt vergeleken met het DNA van het embryo of de foetus. Een exclusietest betekent dat de risicodragende ouder geen genetische test op de ZvH hoeft te ondergaan om kinderen zonder de ZvH te krijgen.

exosoom

Kleine belletjesachtige deeltjes geproduceerd door cellen, kunnen chemicaliën naar andere cellen transporteren

expressie profilering

Een techniek om de mate van activiteit van duizenden genen tegelijk te kunnen meten

f

fase III

De fase in de ontwikkeling van een nieuwe behandeling waar klinische onderzoeken worden uitgevoerd bij veel patiënten, om te bepalen of de behandeling effectief is.

Fenylbutyraat

Een “niet-selectieve” HDAC remmer die alle HDAC’s beïnvloedt zonder selectiviteit voor een bepaald HDAC enzym

foetus

Een zich ontwikkelende baby in de baarmoeder.

Food en Drug administratie

toezichthouder van de overheid in de V.S.A., verantwoordelijk voor het goedkeuren van nieuwe geneesmiddelen

Fosfodiësterase

een eiwit dat cyclisch-AMP afbreekt en in vrijwel alle organismen een belangrijke rol heeft bij het reguleren van de stofwisseling op cellulair niveau, maar ook cyclisch guanosinemonofosfaat of cGMP genoemd is een andere cyclisch nucleotide welke een belangrijke rol speelt bij de afbraak van verscheidene biochemische processen in cellen.

frontotemporale dementie

een degeneratieve hersenziekte welke problemen kan veroorzaken met spraak en gedrag

g

Ganglioside

een soort vet dat een belangrijke rol speelt in de hersenen maar waarvan minder aanwezig is in de hersenen van ZvH patiënten.

GDNF

‘glial cell-derived neurotrophic factor’: een groeifactor die zenuwcellen beschermd bij de ziekte van Parkinson, en misschien bij de ZvH

Geïnduceerde pluripotente stamcellen

Stamcellen die zijn gekweekt uit volwassen cellen.

gen-uitschakeling

benadering om de ZvH te behandelen door gebruik te maken van specifieke moleculen die de cellen bevelen om het schadelijke huntingtine-eiwit niet te produceren.

genetische aanpassing

Een techniek om genen te veranderen door wetenschappers (DNA) van een dier of ander organisme, waardoor cellen andere eiwitten gaan produceren en zich anders gaan gedragen

genetische vingerafdruk

Een methode om te achterhalen van welke ouder of grootouder het ZvH-chromosoom afkomstig is, zonder direct op de ZvH mutatie te testen.

genoom

al het DNA van een levend organisme, verzamelnaam voor alle genen.

Genoom bewerking

Het gebruik van zinc-finger enzymen om het DNA te veranderen. ‘Genoom’ is een woord voor al het DNA dat wij hebben.

gereduceerde penetrantie allel

Een kopie van het huntingtine gen met een verlengde CAG-repeat lengte die bij de dragers ervan soms, maar niet altijd, symptomen van de ZvH kan veroorzaken.

glutamaat

een signalerende stof in de hersenen, of “neurotransmitter” genoemd

glutamine

De aminozuurbouwsteen die te vaak wordt herhaald aan het begin van het gemuteerde huntingtine eiwitt

groeifactor

chemicaliën geproduceerd door het brein welke de zenuwcellen helpen te overleven

h

HDAC

histone de-acetylases (HDAC’s) zijn toestelletjes die de acetyl labels verwijderen van histonen, zodat deze het DNA loslaten waar zij aan ‘vastgekleefd’ zijn

hippocampus

het zeepaard-vormige deel van de hersenen dat van cruciaal belang is voor het geheugen

histon

Speciale eiwitten waarrond ons DNA zich plooit om zichte stabiliseren en te beschermen

hitteschokreactie

Een defensieve strategie die door cellen geactiveerd kan worden wanneer deze in gevaar of onder stress zijn. De hitteschokreactie verhoogt de productie van chaperonne eiwitten die helpen bij het beschermen van andere eiwitten.

hondsdolheid

Een virus dat de hersenen infecteert

hormoon (ook bekend als hormonen)

Chemische boodschappers die door klieren worden geproduceerd en in de bloedstroom vrijgegeven worden, waardoor de gedragingen van andere delen van het lichaam worden beïnvloed.

HTT

afkorting voor het gen dat de ziekte van Huntington veroorzaakt. Wordt ook HD gen of IT-15 genoemd.

HTTAS

De anti-sense (achterstevoren) versie van het HTT gen.

huntingtine eiwit.

Eiwit dat geproduceerd wordt door het huntington gen.

hydrofiel

‘Waterminnend’ - chemische stoffen die zich gemakkelijk met water laten vermengen zijn hydrofiel.

hydrofoob

“waterhatend’ - chemische stoffen die zich moeilijk met water laten vermengen zijn hydrofoob.

hypothalamus

Een klein hersengebied dat betrokken is bij regulatie van lichaamshormonen en stofwisseling

i

In vitro fertilisatie

Een medische procedure waarbij eitjes en sperma worden gecombineerd in het laboratorium, en waarbij vervolgens de embryo’s worden ingeplant in de baarmoeder van de moeder.

insuline

Een hormoon dat in het lichaam het gebruik van suiker, vetten en vele andere aspecten van het metabolisme regelt

Intermediair allel

Een kopie van het huntingtine gen met een CAG-repeat lengte die nooit tot de ZvH leidt voor de drager, maar wel een risico kan vormen voor de kinderen.

Intermediaire allelen

ZvH allelen met CAG lengtes tussen de 27 en 35. Deze leiden niet tot symptomen, maar zijn langer dan normaal. Het aantal herhalingen kan echter toenemen bij overdracht naar de volgende generatie.

Intracranieel volume

Een MRI meting die een maat is voor het grootste volume dat de hersenen kan bereiken

j

JM6

Een experimenteel medicijn dat door het lichaam wordt omgezet in Ro-61, dat het enzym KMO remt

juveniele vorm van de ZvH

de Ziekte van Huntington waarbij symptomen aanvangen voor het 20ste levensjaar

k

kinase

Een eiwit met als taak een specifiek chemisch label toe te voegen aan een ander eiwit. Zoiets als een nietmachine

klinisch onderzoek

zeer zorgvuldig geplande experimenten, ontworpen om specifieke vragen te beantwoorden omtrent het effect van een medicijn op mensen

KMO

Kynurenine mono-oxygenase, een enzym dat de balans controleert tussen schadelijke en beschermende chemicaliën die vrijkomen bij de afbraak van eiwitten

knock-in

een organisme waarvan een van de genen veranderd is, bijvoorbeeld door het toevoegen van een lange CAG herhaling in het huntington-gen

knockout

Een vorm van genetische manipulatie waarbij dieren worden gefokt waarbij een bepaald gen ontbreekt.

kynurenine

een chemische stof vergelijkbaar met Kynurenic-Zuur (Kyna)

Kynureninezuur

Kynureninezuur is een chemische stof die op een natuurlijke manier in de hersenen wordt geproduceerd en die de hersencellen kan beschermen tegen schadelijke overstimulatie.

l

leptine

Een hormoon dat de eetlust reguleert.

m

magnetische resonantie (MRI)

Een techniek die gebruik maakt van krachtige magnetische velden om gedetaileerde afbeeldingen te maken van de hersenen in levende mensen en dieren

Melatonine

Een hormoon dat wordt gemaakt in de pijnappelklier, belangrijk voor het regelen van de slaap

meta-analyse

Het combineren van de resultaten van verschillende studies en deze samen analyseren, om zo een antwoord te vinden op een bepaalde vraag.

metabolisme

Het proces waarbij cellen voedingsstoffen tot zich nemen en omzetten in energie en nieuwe bouwstenen om cellen te vormen en te herstellen

methionine

Een van de aminozuur ‘bouwstenen’ waar eiwitten van worden gemaakt.

microdialyse

Een techniek waarmee onderzoekers de concentratie van chemische stoffen in levende hersenen kunnen meten.

microglia

De immuuncellen van de hersenen.

mitochondria

kleine machientjes in onze cellen die brandstof in energie omzetten en zo de cellen in staat stellen te functioneren.

motorische zenuwcel ziekte (ALS)

Een progressieve neurologische ziekte waarin motorische (bewegings) hersencellen afsterven. Ziekte is ook bekend als Lou Gehrig’s ziekte.

multiple sclerose

Een aandoening van de hersenen en het ruggenmerg, waarbij tijdens de ontstekingsfase schade wordt veroorzaakt. In tegenstelling tot de ZvH is MS niet genetisch overerfbaar.

n

n-terminale fragment

Een stuk van een eiwit, zoals huntingtine, aan het begin van het eiwit.

Natrium

Een chemisch element dat overvloedig aanwezig is op onze planeet, in rotsen, planten en dieren (inclusief mensen) De belangrijkste component van zout staat ook bekend als natrium chloride.

neurodegeneratieve

ziekte veroorzaakt door progressieve disfuncties en dood van hersencellen (neuronen).

neuron

hersencel die informatie opslaat en doorgeeft.

Neuroprotectie

Iets dat hersencellen tegen schade beschermt.

neutron

Kleine subatomaire deeltjes die worden geproduceerd door sommige nucleaire reacties en die kunnen helpen om eiwitten in detail te bestuderen.

non-disclosure

Een optionele toevoeging bij PGD, waarbij een ZvH genetische test wordt uitgevoerd op een at-risk ouder, maar waarvan het resultaat geheim wordt gehouden. Non-disclosure PGD maakt dat ZvH-vrije embryo’s kunnen worden ingeplant zonder dat at-risk ouder de eigen ZvH-status hoeft te kennen.

normale soort

het tegenovergestelde van ‘mutant’, Wild-type huntingtine bijvoorbeeld, is het ‘normale’, ‘gezonde’ eiwit.

nucleotide basen

De ‘letters’ van de genetische code. Ze worden afgekort als A,T,G of C.

nucleus

Een deel van de cel dat de genen bevat (DNA)

o

observationeel

Een studie waarin metingen worden verricht bij menselijke vrijwilligers, maar geen experimentele medicijnen of behandelingen worden toegepast.

ontsteking

Activatie van het immuunsysteem waarvan gedacht wordt dat het betrokken is bij ziekteproces van de ZvH.

open label

Een onderzoek waarbij patiënt en dokter weten welk medicijn er gebruikt wordt. Open label onderzoeken zijn vatbaar voor vertekening door placebo-effecten.

p

PACSIN

een normaal eiwit dat betrokken kan zijn bij het functioneren van huntingtine

PDE10

een eiwit in de hersenen dat een goed doel voor medicijnen en een biomarker kan zijn voor de ZvH. PDE10 wordt haast exclusief gevonden in delen van de hersenen waar hersencellen sterven als gevolg van de ZvH.

Peptiden

Kleine stukjes eiwit die signalen in het lichaam van de ene cel naar de andere overbrengen.

perseveratie

Het onvermogen om gedachten of acties aan te passen aan gewijzigde plannen.

Pijnappelklier

Een klier in de hersenen die het melatonine hormoon produceert

placebo

Een placebo is een namaakmedicijn zonder actieve ingrediënten. Het placebo effect is een psychologisch effect waardoor mensen zich beter gaan voelen, zelfs als zij een pil nemen die niet werkt.

placenta

De ‘nageboorte’ die de foetus van zuurstof en voedingsstoffen voorziet via de navelstreng. Het DNA van de placenta is hetzelfde als dat van de foetus.

pluripotentie

Het vermogen van sommige cellen om zich om te vormen tot andere celtypes.

polymerase kettingreactie (ook bekend als PCR)

PCR of de polymerasekettingreactie is een wetenschappelijke techniek die wordt gebruikt om bepaalde stukken DNA te detecteren en te vermenigvuldigen. Het wordt gebruikt als onderdeel van genetische tests voor de ZvH.

PolyQ

Een beschrijving van de ZvH en andere ziekten veroorzaakt door abnormale groei van stukken DNA doordat de CAG sequentie vele malen wordt herhaald. Teveel CAG’s in een gen resulteert in eiwitten met teveel “glutamine” bouwstenen en glutamine wordt weergegeven door het symbool Q.

Pooping

Kom op, je weet best wat dit betekent

post-translationale modificatie

De toevoeging van kleine chemische labels aan een eiwit nadat dit gevormd werd. Deze labels veranderen vaak de locatie of functie van het gelabelde eiwit..

Pre-implantatie genetische diagnostiek

Techniek om te voorkomen dat de ZvH wordt doorgegeven aan kinderen. Eitjes en sperma worden samengevoegd in een laboratorium en de embryo’s worden genetisch getest op de mutatie. Alleen embryo’s zonder de mutatie worden in de baarmoeder van de moeder teruggeplaatst.

prenatale testen

Een techniek om te voorkomen dat de ZvH wordt doorgegeven aan de kinderen. Tijdens de zwangerschap wordt wat DNA afgenomen en genetisch getest. Als de ZvH-mutatie wordt gevonden, wordt de zwangerschap beëindigd.

prevalentie

Een cijfer dat een schatting geeft van het aantal personen in een bevolkingsgroep met een bepaalde medische aandoening.

primaat

Een groep van zoogdierensoorten waartoe apen en mensen behoren

primaire eindpunt

de belangrijkste vraag in een klinisch onderzoek

prion

speciale eiwitten die schadelijk kunnen worden en aandoeningen veroorzaken die men prion ziekten noemt. Zoals vallende dominostenen kunnen eiwit-prionen andere eiwitten ‘infecteren’ zodat zij schade kunnen veroorzaken.

promoter

een speciaal stuk gen dat er op gericht is een gen aan en uit te schakelen

putamen

Deel van het striatum, een diepgelegen hersengebied, belangrijk voor bewegingscontrole, dat vroeg in de loop van de ZvH wordt aangetast

q

Quinolinezuur

Quinolinezuur, een stof die van nature in het brein wordt geproduceerd en neuronen kan beschadigen door ze te overstimuleren

r

R6/2

Een muismodel voor de ZvH. R6/2 muizen zijn genetisch veranderd met een abnormaal gen zodat zij een schadelijk fragment van het huntingtine eiwit produceren

Receptor

een molecule aan de oppervlakte van een cel waar signalerende chemicaliën zich aan kunnen hechten

recombinant

samengesteld DNA dat bij elkaar geplakt is van kleine deeltjes van verschillende bronnen

Rhes

een eiwit dat in de beschadigde hersen regio’s gevonden wordt in de vroege aanvang van de ZvH

ribosoom

Een moleculaire machine die eiwitten maakt op basis van de genetische instructies in RNA boodschappermoleculen

RNA

chemische stof die lijkt op DNA en waaruit ‘boodschapper’ moleculen worden gemaakt. RNA wordt gebruikt als actieve kopie van genen bij de productie van eiwitten.

RNA interferentie

Een vorm van behandeling door gen-uitschakeling waarin speciaal ontworpen RNA moleculen gebruikt worden om een gen uit te schakelen

Ro 61-8048

Een experimenteel geneesmiddel dat het KMO enzym remt

Ryanodine Receptor

Een kanaaltje waarlangs calcium de cel binnen wordt gelaten

s

SAHA

Een HDAC-remmer. Zijn volledige naam is suberoylanilidehydroxaminezuur

SBMA

Spinobulbaire musculaire atrofie, een andere neurodegeneratieve ziekte veroorzaakt door een toegenomen CAG lengte.

SCA

Spinocerebellaire ataxie, een andere neurodegeneratieve ziekte die wordt veroorzaakt door een toegenomen CAG lengte.

secundaire eindpunten

bijkomende vragen in een klinisch onderzoek dat wetenschappers toelaat om de effecten van het geneesmiddel zo breed mogelijk te bekijken in behandelde patiënten

sensestreng

De helft van de dubbele- helix van het DNA die de instructies voor de meeste eiwitten bevat. De ‘werkzame’ streng.

significantietest

Een methode die wordt gebruikt door statistici om te proberen te bepalen of een resultaat echt is of eerder toevallig tot stand is gekomen.

single nucleotide polymorfismen

Een verschil in spelling van één letter in een gen. SNP’s, uitgesproken als ‘snips', komen vaak voor en wijzigen meestal de functie van het gen niet.

siRNA

Een manier om genen uit te schakelen met behulp van speciaal ontworpen RNA moleculen – lijkt op DNA, maar met slechts een enkele streng - die zich richten op de boodschappermoleculen in de cellen en hen opdragen een bepaald eiwit niet te maken

soma

het cellichaam van een neuron waar de genen (DNA) zich bevinden.

spinocerebellaire ataxie

Een familie van ziekten die leiden tot karakteristieke bewegingsaandoeningen. Veel soorten spinocerebellaire ataxie worden veroorzaakt door dezelfde soort mutatie als bij de ZvH - een CAG expansie.

splicing

Het in stukjes knippen van RNA berichten met als doel niet-coderende delen te verwijderen en de coderende delen weer aan elkaar te plakken.

stamcellen

Cellen die kunnen delen in cellen van verschillende soorten, een cel die in staat is om in een ander celtype te veranderen (differentiëren)

statistisch significant

Onwaarschijnlijk te zijn onstaan door toevalligheid, volgens een statistische test

suprachiasmatic nucleus

het deel van de hersenen dat de dagelijkse ‘circadiaanse ritmes’ controleert (Biologische klok)

Synaps

verbinding tussen twee zenuwcellen in de hersenen

Synaptophysine

Een eiwit dat essentieel is voor de vorming van synapsen, de verbindingen tussen neuronen.

t

therapieën:

behandelingen

Totale Functionele Capaciteit

Een gestandaardiseerde beoordelingsschaal voor het evalueren van patiënten met de ZvH, gebruikt om te beoordelen in welke mate patiënten nog kunnen werken, omgaan met geld, huishoudelijke taken uitvoeren en zichzelf verzorgen.

TR-FRET

“Time Resolved Fluorescence Resonance Energy Transfer ” - een geavanceerde techniek voor het meten van interacties tussen antilichamen.

transcraniële magnetische stimulatie

toepassen van magnetische velden op het brein om het functioneren ervan te bestuderen

transcriptie

eerste stap van het recept in een gen om een bepaald eiwit te produceren. Transcriptie = het maken van een RNA werkkopie van het gen. RNA is een chemische boodschapper die lijkt op DNA.

transcriptiefactor

Een eiwit dat genen controleert. In reactie op signalen van binnen en buiten cellen hechten transcriptiefactoren zich aan het DNA waardoor specifieke genen meer of minder geactiveerd worden, en waardoor deze meer of minder van het overeenkomende eiwit produceren

transcriptieregulatie

De mechanismen die de activatieniveaus van de verschillende genen regelen.

Transgeen

Een organisme waarbij een extra ‘vreemd’ gen of genen ingebracht werd in het DNA.

u

UHDRS

een gestandaardiseerd neurologisch onderzoek dat streeft naar een uniforme inschatting van de klinische verschijnselen van de ZvH

uterus

baarmoeder

v

Vasculair systeem

De vaten en weefsels die vloeistoffen zoals bloed bevatten doorheen ons lichaam

ventrikel

Normale, met vloeistof gevulde ruimten binnenin de hersenen.

verklarende woordenlijst

Pop-ups om alle technische termen die we moeten gebruiken uit te leggen.

vesikel

Een kleine ‘bubbel’ geproduceerd door een cel die chemische stoffen kan leveren aan andere cellen.

vlokkentest

Een medische procedure waarbij men een DNA monster neemt van een zich ontwikkelende baby tijdens de zwangerschap. Een naald wordt door de huid van de buik of door de baarmoederhals ingebracht om weefsel van de placenta te verzamelen.

y

YAC

een afkorting voor ‘yeast artificial chromosome’ (kunstmatig gist chromosoom)

YAC128

Eén van de verschillende muismodellen voor de ZvH. YAC staat voor “ yeast artificial chromosome ” (kunstmatig gist chromosoom).

z

ziekte van Parkinson

een neurodegeneratieve ziekte die, zoals de ZvH, motorische coördinatie problemen met zich brengt

Zinkvinger Nucleasen

Moleculaire machines die zich hechten aan een specifieke DNA-sequentie en dan de DNA-streng knippen.