Wetenschappelijk nieuws over de Ziekte van Huntington. In eenvoudige taal. Geschreven door wetenschappers. Voor de hele ZvH gemeenschap.

Bent u op zoek naar ons logo? U kunt ons logo downloaden en meer informatie over het gebruik van het logo verkrijgen op onze deelpagina.

Versnellen melkproducten de ziekte van Huntington?

5

Is er een verband tussen het eten van zuivel en een vroeger begin van de ziekte in ZvH mutatiedragers?

Geschreven door Dr Peter McColgan op 6 februari 2014Bewerkt door Dr Ed Wild; Vertaald door Gerda De CosterOrigineel gepubliceerd op 28 november 2013

Een studie naar eventuele verbanden tussen voeding en het optreden van symptomen bij de ziekte van Huntington heeft onverwacht gevonden dat mensen die vroeg symptomen ontwikkelden, de neiging hebben om meer zuivelproducten te gebruiken. We kijken naar de studie in detail en blijven kritisch.

Je bent wat je eet

‘Ongezonde’ voeding die rijk is aan verzadigde vetten en rood vlees kan een grote impact hebben op de gezondheid door het verhogen van het risico op het ontwikkelen van medische problemen zoals hart - en vaatziekten en kanker.

Deze studie vond dat mensen die reeds symptomen ontwikkelden meer zuivel consumeren dan ZvH mutatiedragers zonder symptomen. Maar de uitleg hiervoor is waarschijnlijk niet zo eenvoudig
Deze studie vond dat mensen die reeds symptomen ontwikkelden meer zuivel consumeren dan ZvH mutatiedragers zonder symptomen. Maar de uitleg hiervoor is waarschijnlijk niet zo eenvoudig

Anderzijds kunnen diëten rijk aan onverzadigde vetten, vis, fruit en groenten positieve effecten hebben op de gezondheid. Een voorbeeld van zo een ‘gezond’ dieet staat bekend als het‘mediterraan dieet'. Mensen die dit soort dieet volgen, hebben minder kans om de ziekte van Parkinson of de ziekte van Alzheimer op jongere leeftijd te ontwikkelen.

We weten dat de ziekte van Huntington veranderingen veroorzaakt in het energieverbruik van de cellen en ertoe kan leiden dat mensen gewicht verliezen, maar we hebben geen bruikbare informatie over levensmiddelen die risicodragers op de ZvH zouden moeten vermijden of juist wel gebruiken.

PHAROS en dieet

Een recente publicatie van de PHAROS studie in het tijdschrift JAMA Neurology onderzocht het verband tussen voeding en het optreden van symptomen bij de ziekte van Huntington.

PHAROS is een grootschalig observatieonderzoek bij risicodragers van de ZvH waarbij 43 medische centra in heel Amerika betrokken zijn en 1.001 mensen aan deelnemen. Deelnemers hebben een ouder, broer of zuster met de ziekte van Huntington, maar hadden tot aan hun deelname aan deze studie nog geen genetische onderzoek laten doen. PHAROS heeft al haar deelnemers getest maar de testresultaten werden niet aan hen noch aan de onderzoekers van deze studie meegedeeeld. De resultaten werden geheim gehouden en alleen gebruikt voor onderzoeksdoeleinden. De deelnemers hebben hun toestemming gegeven voor deze ‘blinde’ test.

De PHAROS onderzoekers waren geïnteresseerd om te weten of het eten van een mediterraan dieet het tijdstip kan vertragen waarop iemand met de ZvH mutatie symptomen begint te ontwikkelen.

Deelnemers aan de studie werden gevraagd om een vragenlijst over hun voedingsgewoonten in te vullen. Het ging hierbij om het beantwoorden van vragen over de hoeveelheid ‘mediterrane gerechten’ die ze in de voorbije maanden hadden gegeten.

De onderzoekers gebruikten deze vragenlijsten om te berekenen hoe dicht het dieet van elke deelnemer het mediterrane dieet benadert. Mensen die veel vis, groenten, noten en granen aten, scoorden hoog terwijl degenen die ‘niet mediterane gerechten’ aten zoals melk, kip, rundvlees en verzadigde vetten kregen lagere scores.

Vragen over levensstijl en voeding zijn zeer moeilijk te beantwoorden want het is bijna onmogelijk om erachter te komen wat wat veroorzaakt.

Vervolgens werden alle deelnemers met de ZvH mutatie verdeeld in 2 groepen; degenen die symptomen van de ZvH ontwikkelden tijdens de 5 jaar van de studie en degenen die dat niet deden. Vervolgens vroegen de onderzoekers zich af of zij die al ZvH ontwikkeld hadden lagere scores hadden op de mediterrane dieetschaal.

De puddingproef.

De PHAROS onderzoekers vonden geen bewijs dat het eten van een mediterraan dieet het begin van de ZvH vertraagde in mutatiedragers.

Ze besloten echter om dieper in de gegevens te duiken en de individuele soorten voedsel apart te bekijken om te zien of lage consumptie van vis, fruit, granen en fruit of een hoge inname van melk en vlees een vroeger begin van de ziekte veroorzaakt bij mutatiedragers. Hierdoor vonden zij dat degenen die een hoog gehalte aan zuivelproducten zoals melk, yoghurt en kaas eten, waarschijnlijk ZvH symptomen zouden ontwikkelen tijdens de studie.

De onderzoekers suggereren een mogelijke manier waarop deze zuivelproducten kunnen bijdragen aan symptoombegin. Het drinken van melk of het eten van zuivelproducten kunnen een chemische component namelijk urinezuur verlagen in het bloed. Eerdere studies hebben al een mogelijk verband aangetoond tussen een lager urinezuurgehalte in het bloed en een snellere progressie van de ZvH. Urinezuurwaarden werden echter niet gemeten in de PHAROS studie.

De kip en het ei

Het is verleidelijk om te beweren dat uit dit onderzoek blijkt dat de dagelijkse consumptie van zuivelproducten het risico verhoogt op ZvH symptomen bij mutatiedragers. Indien bewezen zou dat nuttige informatie zijn die we kunnen gebruiken bij voedingskeuzes. Helaas is het niet zo eenvoudig, want er zijn andere mogelijke verklaringen voor dit verband.

De eerste mogelijkheid is dat mensen die dicht bij het begin van de ziekte zijn misschien meer zuivelproducten consumeren. Dat lijkt misschien vreemd maar we weten dat de ZvH mutatie ervoor zorgt dat cellen meer energie nodig hebben, nog voordat symptomen zoals onwillekeurige bewegingen zich ontwikkelen. De toegenomen energiebehoefte kan meer honger veroorzaken wat leidt tot een hogere consumptie van bepaalde voedingsmiddelen zoals zuivel. Deze veranderingen zijn waarschijnlijk groter bij mensen dichter bij symptoombegin.

Een andere mogelijkheid is dat interpretatie van de vragen kan verschillen van deelnemer tot deelnemer. Vergeet niet dat de deelnemers werd gevraagd om zich te herinneren wat ze de afgelopen maanden hadden gegeten. We weten dat het denken reeds vroeg kan veranderen bij de ZvH en het is dus mogelijk dat mensen die dicht bij het begin van de ziekte zijn, de vragen anders beantwoorden, zelfs als hun diëten niet zo verschillend zijn.

Wat komt eerst? Veroorzaakt de consumptie van zuivel vroeger symptomen of zorgt het begin van de ZvH voor meer goesting in zuivelproducten.
Wat komt eerst? Veroorzaakt de consumptie van zuivel vroeger symptomen of zorgt het begin van de ZvH voor meer goesting in zuivelproducten.

Tenslotte is er een statistische eigenaardigheid die ongewone resultaten kan geven. Wetenschappers noemen dat het probleem van de ‘meervoudige vergelijkingen’. Als je een muntstuk 10 keer opgooit en je krijgt 10 keer ‘kop’ is dat vrij opmerkelijk. Maar als je het muntstuk een miljoen keer opgooit, krijg je waarschijnlijk door puur toeval meerdere keren 10 keer ‘kop’ na elkaar l. Een resultaat dat opmerkelijk zou zijn in een klein onderzoek wordt minder interessant als het afkomstig is van een studie waar veel testen worden uitgevoerd.

Op zoek gaan naar verbanden tussen het begin van ZvH symptomen en veel verschillende voedselcombinaties is een beetje zoals het veel opgooien van een muntstuk; het risico bestaat dat iets schijnbaar significant opduikt door puur toeval. Zodra een interessant resultaat opduikt is het maar normaal om het te melden maar het is ook belangrijk om te onthouden dat ‘vals positieven’ kunnen optreden als één dataset wordt gebruikt om veel vragen te beantwoorden.

Huilen met de pet op?

Het verband tussen zuivelconsumptie en het begin van de ziekte is interessant maar voorlopig moeten we deze resultaten met een korreltje zout nemen. (En nee, we suggereren niet dat mensen met het ZvH risico meer zout moeten eten!)

Vragen over levensstijl en voeding zijn moeilijk te beantwoorden want het is bijna onmogelijk om erachter te komen wat wat veroorzaakt. Antwoorden komen meestal na grootschalige studies waarin mensen voor vele jaren zijn gevolgd en waarin hun voeding en levensstijl gedurende decennia werden geregistreerd. Maar resultaten zoals deze zijn een zeer goede manier om te signaleren welke items moet bekeken worden in die langere studies.

Waar het momenteel op neerkomt is dat als je van melk, yoghurt en kaas houdt, er geen enkele reden is om dit niet blijven te eten in gezonde hoeveelheden.